Het grootlicht is over het algemeen aan de bovenkant van de achterkant van het voertuig gemonteerd, zodat achteropkomende voertuigen de remactie van het voorste voertuig gemakkelijk kunnen zien en kop-achteraanbotsingen kunnen voorkomen. Omdat de meeste auto's twee remlichten aan de achterkant hebben, één links en één rechts, wordt het grootlicht ook wel het derde remlicht genoemd. Het grootlicht dient om achteropkomende voertuigen te waarschuwen en zo kop-achteraanbotsingen te voorkomen.
Voertuigen zonder hooggeplaatste remlichten, met name auto's en miniauto's met een laag chassis, hebben bij het remmen door de lage positie van het achterremlicht meestal onvoldoende lichtsterkte. Achteropkomende voertuigen, met name bestuurders van vrachtwagens, bussen en touringcars met een hoog chassis, kunnen daardoor soms moeilijk goed zien. Het verborgen risico op een kop-achteraanbotsing is daarom relatief groot. [1]
Talrijke onderzoeksresultaten tonen aan dat grootlicht effectief kop-achteraanbotsingen kan voorkomen en verminderen. Daarom wordt grootlicht in veel ontwikkelde landen veelvuldig gebruikt. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld moeten alle nieuw verkochte auto's sinds 1986 volgens de regelgeving zijn uitgerust met grootlicht. Ook alle lichte vrachtwagens die sinds 1994 zijn verkocht, moeten over grootlicht beschikken.