Waarom wordt de warmte van de MG4 EV afgevoerd met een ventilator in plaats van met waterkoeling?
In elektronische systemen voor auto's is temperatuurbeheer altijd een uitdaging geweest. Het systeem moet doorgaans normaal functioneren bij een omgevingstemperatuur van -40°C tot +65°C. De omgevingstemperatuur binnen de behuizing loopt echter op tot ongeveer 20°C, waardoor de maximale omgevingstemperatuur die de printplaat moet kunnen weerstaan, kan oplopen tot +85°C.
Vervolgens richten we ons verder op de lokale omgeving, zoals de voeding, CPU en andere modules. Deze verbruiken veel warmte, wat de omgevingstemperatuur in de behuizing verder verhoogt. In een veeleisende omgeving kan dit de temperatuurlimiet van veel chips benaderen. Daarom is het in de beginfase van het systeemontwerp noodzakelijk om een strategie voor thermisch beheer te plannen en de bijbehorende maatregelen te ontwerpen.
Relatief eenvoudig en ruw, maar de meest effectieve manier om warmte af te voeren is door een ventilator toe te voegen. Dit verhoogt uiteraard de ontwerpkosten en het geluidsniveau van de machine. Daarom zijn onze eisen bij het ontwerpen van ventilatorcircuits ook gebaseerd op deze twee basisprincipes:
1) Het circuit moet eenvoudig en goedkoop zijn;
2) De ventilatorsnelheid is evenredig met het geluid, daarom moet de ventilatorsnelheid meetbaar en regelbaar zijn. Het systeem past de ventilatorsnelheid aan op basis van de omgevingstemperatuur, bij voorkeur traploos, en streeft naar een balans tussen warmteafvoerefficiëntie en geluidsproductie.
Waterkoeling is gevoelig voor beschadiging en vereist frequente vervanging en onderhoud. Bovendien krijgt een auto vaak te maken met schokken, waardoor waterkoeling minder geschikt is voor gebruik in dergelijke situaties.