Nadat de kentekenplaat is gemonteerd, mogen de ontwerpaanrijhoek en de afrijhoek van het voertuig niet worden beïnvloed.
1. De kentekenplaat aan de voorzijde, gemonteerd op de voorbumper van het voertuig. 2. De kentekenplaat aan de voorzijde moet loodrecht of nagenoeg loodrecht staan op het lengtevlak van het voertuig. Het middelpunt van de kentekenplaat mag zich niet aan de linkerkant van het lengtevlak van het voertuig bevinden, en de kentekenplaat en de kentekenplaathouder mogen niet voorbij de rechterrand van de voorzijde van het voertuig uitsteken.
De plaat die op de voorplaat is gemonteerd, moet in principe loodrecht op het horizontale vlak staan, en de voorplaat mag niet meer dan dat naar achteren hellen.
De kentekenplaat achter moet zich aan de achterzijde van het voertuig bevinden. De kentekenplaat moet loodrecht of nagenoeg loodrecht staan op het lengtevlak van het voertuig en zich aan de rechterkant van dit lengtevlak bevinden. De kentekenplaat en de kentekenplaathouder mogen niet buiten de linkerrand van de voorzijde van het voertuig uitsteken. Indien de hoogte van de bovenrand van de kentekenplaat boven de grond meer dan 1,2 meter bedraagt en de hoogte van de voorrand van de kentekenplaat onder de grond meer dan 30° is,
15 °