De voorkant vangt de impactkracht op, die via de voorbumper wordt verdeeld over de energieabsorberende elementen aan beide zijden en vervolgens wordt doorgegeven aan de linker en rechter voorste chassisbalk en daarna aan de rest van de carrosseriestructuur.
De achterkant wordt getroffen door de impactkracht, die via de achterbumper wordt overgebracht naar de energieabsorberende box aan beide zijden, naar de linker en rechter achterrail, en vervolgens naar andere carrosseriestructuren.
Bumpers met een lage impactsterkte kunnen de impact opvangen, terwijl bumpers met een hoge impactsterkte de kracht overbrengen, verspreiden en dempen, en deze uiteindelijk overdragen op andere structuren van de carrosserie, waarna de carrosserie zelf de impact kan weerstaan.
In Amerika wordt een bumper niet als een veiligheidscomponent beschouwd: het IIHS (Insurance Institute for Highway Safety) ziet een bumper niet als een veiligheidscomponent, maar als een accessoire om de schade bij een botsing met lage snelheid te beperken. Daarom is het testen van bumpers ook gebaseerd op het concept van het verminderen van schade en onderhoudskosten. Er zijn vier soorten IIHS-botsingstests voor bumpers: frontale botsingen van voren en van achteren (snelheid 10 km/u) en zijdelingse botsingen van voren en van achteren (snelheid 5 km/u).