Wanneer worden de mistlampen voor en achter gebruikt?
De auto is uitgerust met twee mistlampen: een mistlamp aan de voorzijde en een mistlamp aan de achterzijde. Veel eigenaren weten niet hoe ze mistlampen correct moeten gebruiken. Wanneer moeten ze dan wel of niet worden ingeschakeld? De mistlampen aan de voor- en achterzijde van een auto mogen alleen worden gebruikt bij regen, sneeuw, mist of stoffig weer, wanneer het zicht op de weg minder dan 200 meter is. Wanneer het zicht echter meer dan 200 meter is, mag de autobezitter de mistlampen niet meer gebruiken, omdat het licht van mistlampen fel is, andere weggebruikers kan hinderen en verkeersongelukken kan veroorzaken.
Volgens de wet van de Volksrepubliek China betreffende de verkeersveiligheid, artikel 58: motorvoertuigen die 's nachts geen verlichting hebben, slecht verlicht zijn of wanneer er sprake is van mist, regen, sneeuw, hagel of stof bij slecht zicht, moeten de koplampen, achterlichten en een achterlicht inschakelen. Bij het rijden vlak achter een ander voertuig en op korte afstand mag echter geen grootlicht worden gebruikt. Mistlampen en alarmlichten moeten worden ingeschakeld bij het rijden in mistig weer.