Een gloeilamp is een soort elektrische lichtbron die een geleider heet en lichtgevend maakt wanneer er stroom doorheen loopt. Gloeilampen werken volgens het principe van warmtestraling. De eenvoudigste gloeilamp is er een waarbij voldoende stroom door de gloeidraad loopt om deze te laten gloeien, maar een gloeilamp heeft een korte levensduur.
Het grootste verschil tussen halogeenlampen en gloeilampen is dat de glazen behuizing van een halogeenlamp gevuld is met een halogeengas (meestal jodium of broom). Dit werkt als volgt: Naarmate de gloeidraad opwarmt, verdampen de wolfraamatomen en bewegen ze naar de wand van de glazen buis. Bij het naderen van de wand koelt de wolfraamdamp af tot ongeveer 800 °C en combineert met de halogeenatomen tot wolfraamhalide (wolfraamjodide of wolfraambromide). De wolfraamhalide beweegt verder naar het midden van de glazen buis en keert terug naar de geoxideerde gloeidraad. Omdat wolfraamhalide een zeer instabiele verbinding is, wordt het verhit en ontleedt het opnieuw in halogeendamp en wolfraam, dat vervolgens op de gloeidraad wordt afgezet om de verdamping te compenseren. Door dit recyclingproces wordt de levensduur van de gloeidraad niet alleen aanzienlijk verlengd (bijna vier keer die van een gloeilamp), maar kan de gloeidraad ook op een hogere temperatuur werken, waardoor een hogere helderheid, een hogere kleurtemperatuur en een hoger lichtrendement worden bereikt.
De kwaliteit en prestaties van autolampen zijn van groot belang voor de veiligheid van motorvoertuigen. Ons land heeft in 1984 nationale normen opgesteld volgens de Europese ECE-normen, waarbij de detectie van de lichtverdeling van lampen een van de belangrijkste aspecten is.